Slaap (weer) lekker!

 

Ik zie me nog zitten.. Stil naast zijn bedje met mijn rug naar hem toe. Ik neurie een liedje, sus zachtjes wat en stop soms zijn speen stil terug in zijn mondje. Na verloop van tijd hoor ik een rustig ademhalen en weet ik dat hij zich heeft toegegeven aan de slaap. Yes! Op naar mijn lauwe thee en op pauze gezette serie. Zomaar een avond in huize Roffel. Gelukkig deden deze avonden zich maar weinig voor. Wij weten ons gezegend met drie knappe maffende mannen. Toch vroeg ik mij wel eens af wat de oorzaak van zijn slechte slaapmomenten waren. Ik kreeg er toen geen antwoord op behalve de manier van omgaan met..

Onlangs las ik een artikel over eenzaamheid en slapen. Het werd omlijst met kennis van hoogleraar Paul Verhaeghe. Ik ken de beste man niet maar hij gaf mij wel het antwoord op bovenstaande vraag.

In het artikel worden hem vragen gesteld en onderzoeken voorgelegd die aantonen dat je eenzaamheid en slaap met elkaar kunt verbinden. Hij bevestigt dit. Sterker nog, hij neemt ons mee naar onze kindertijd want daar ligt het zaadje van eenzaamheid en slapen. Ik citeer:

“Terug naar de kindertijd. Verhaeghe vertelt dat de eerste slaapproblemen die we allemaal hebben, optreden wanneer we als peuter of kleuter ons eigen kamertje krijgen en apart moeten gaan slapen. ‘Het te slapen leggen van een kind van twee of drie is bijna altijd problematisch,’ zegt hij. ‘Waarom? Omdat ze op dat ogenblik de veilige ander kwijt zijn: hun moeder of vader, hun belangrijke zorgfiguur.’”

En dat is dus het antwoord op mijn oorzaakvraagje; Hij had mijn nabijheid nodig!

‘Inslapen heeft te maken met veiligheid. Je moet je voldoende veilig voelen om het wakende bewustzijn los te kunnen laten.’

De heer Verhaeghe legt het verder uit:

“Vandaar ook het Grote Uitstellen waar je als ouder mee te maken krijgt wanneer je een klein kind in bed probeert te krijgen. De peuter wil per se nog plassen, iets drinken, tandenpoetsen, voorgelezen worden… Verhaeghe: ‘Dat hele circus bevat eigenlijk één boodschap: blijf bij mij, laat mij niet los, want ik ben bang. Die angst zorgt ervoor dat het inslapen bemoeilijkt wordt.’ Als het kind de kamer deelt met een broertje of zusje, is de angst vaak een stuk minder.”

Wat wil dit ons verder zeggen?

1. Inslapen heeft dus te maken met veiligheid. Je laat pas je wakende bewustzijn (de dag met al haar ervaringen) los als je je voldoende veilig voelt en
2. Een kind dient deze veiligheid in eerste instantie van anderen te krijgen. Als het kind de beelden van de zorgende ouder heeft opgeslagen in het geheugen kan het wel alleen slapen.

Oh en het schijnt voor ons helemaal niet zo anders te zijn. Ook wij slapen rustiger in wanneer we (’t liefst naast ons liefje) bij iemand liggen.

En voor wat betreft de eenzaamheid in dit hele verhaal? In dit stuk ging het mij vooral om mijn eigen oorzaakvraagje en om die kinders van ons allemaal! Wij lieve mensen mogen veiligheid en nabijheid geven aan onze kinderen. Dit alles voor een hoger doel: dat ze leren omzien naar elkaar en het monster van de eenzaamheid onder het bed wordt weggejaagd!